
de Volkskrant
31 januari 2017 dinsdag
Section: V Opening; Blz. 2
 RONALD VELDHUIZEN
Highlight: Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden.
Klopt dit wel?
Dat scheelt dan weer. Wie 's ochtends een keertje extra de wekker laat snoozen is niet lui, maar vooral intelligent en creatief. Dat blijkt althans uit een nieuw onderzoek, schreven onder meer AD, Linda Nieuws en FunX eind vorige week. Zulke weetjes doen het altijd goed. Maar dat maakt ze nog niet per se betrouwbaar. 

We zoeken daarom de bron op. Opmerkelijk genoeg gaat het om een onderzoek uit 2009, dat weer nieuws werd omdat de Britse krant The Independent eerder die week een stukje erover publiceerde. Geen nieuws dus. 

De studie zelf dan. Die blijkt niet om snoozen te gaan, maar om uitslapen. De psycholoog Satoshi Kanazawa ondervroeg tienduizend mensen naar hun slaapritme, van bedtijd tot opstaan en legde die naast hun IQ-scores uit de kindertijd. En jawel: wie als kind een IQ van 110 of hoger had, ging gemiddeld tien tot twintig minuten later naar bed. De volgende dag stonden ze zo'n tien minuten later op. Grote kanttekening bij dat verschil: slechts 2,5 procent ervan hing samen met IQ - van een stevig verband valt dus niet te spreken. 

En waren die verschillen wel aan IQ te wijten? Het zou bijvoorbeeld kunnen dat mensen die later naar bed gaan en opstaan, dat doen omdat ze het zich kunnen permitteren. Denk bijvoorbeeld aan een baan hebben waaraan geen strenge werktijden verbonden zijn, iets dat zomaar vaker zou kunnen gelden voor hogeropgeleiden. 'Mensen hebben de neiging later naar bed te gaan als ze de kans krijgen', bevestigt Domien Beersma, emeritus hoogleraar chronobiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het weekend maakt bijna iedereen het een uurtje later. 

Dit type stoorfactoren duikt altijd op in studies waarbij grote groepen mensen worden gevolgd. Liever had Eric-Jan Wagenmakers van de Universiteit van Amsterdam een scherp experiment gezien. 'Maar omdat experimenteel onderzoek hier vrijwel uitgesloten is, lijkt het me moeilijk er iets zinnigs over te zeggen.' 

Een zwak, piepklein verband waar allerlei gaten in te schieten zijn: we houden het oordeel op 'twijfelachtig'.



